Gedachten voor thuis 9 augustus
Herkenning
1 Koningen 19, 9a.11-13a; Romeinen 9, 1-5; Matteüs 14, 22-33.
De twee lezingen gaan over: wat mensen op hun levensreis kunnen meemaken. Want nogal wat mensen maken mee wat Elia overkwam in de 1e lezing. Hij wordt namelijk verdacht gemaakt, weggejaagd en in zijn bestaan bedreigd. En dus moet hij op de vlucht, vrezend voor zijn leven. In wat hij meemaakt, herkennen een heleboel mensen zich: ergens niet welkom zijn, niet begrepen worden, en bedreigd worden. En op zo’n moment lijkt God nergens … Maar na alle stormen, vuur en aardbevingen, komt de Heer toch!
Wat Elia overkwam, en wat veel andere mensen overkomt, is ook de apostelen overkomen. Die maken na het sterven van Jezus, wanneer ze er alleen voor komen te staan, ook donkere tijden door. Als je gezin, je kinderen, je kleinkinderen, je medemensen echt in gevaar zijn, dan help je toch ook iemand in nood en dan ga je er voor. Volgen wij Jezus voorbeeld niet precies na als we een zieke verzorgen of een stervende begeleiden en onszelf daarbij wegcijferen? Is dat niet precies wat het verhaal van Mattéus ons zeggen wil: geloof in de Heer, Hij steekt zijn reddende hand naar je uit en zegt: wees maar niet bang, Ik ben er?!