Navigation
gedachten voor thuis

Gedachten voor thuis 21 juni

Geen twee zijn hetzelfde.

Jeremia 20, 10-13; Romeinen 5, 12-15; Matteüs 10, 26-33.

 

Er is geen gewoner vogeltje dan een mus, overal voelen ze zich thuis; die brutale, kleine en kleurloze vogeltjes. Een vogeltje zonder eigen lied, weinig of niks waard en ze lijken allemaal op elkaar. Maar, net als bij mensen: geen twee zijn hetzelfde. God, die in de bijbel beschreven wordt als een groot kunstenaar die mensen boetseert, is een groot artiest. Hij kan blijkbaar eindeloos variëren op hetzelfde thema. Ieder mensenkind is daarom uniek en in ieder mens heeft Hij iets van zichzelf uitgedrukt. Ieder van ons is geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis, in ieder van ons heeft God de hand gehad. ’Er is niet één mus die van het dak valt’ zegt Jezus, ‘of God heeft er weet van. Wees dus maar niet bang. Ieder van jullie is véél meer waard dan een hele zwerm mussen!’ En niemand valt, of hij valt in Gods handen; en niemand leeft, zo zingen we, of hij leeft naar God toe. Dit goede nieuws moeten we blijven doorgeven, zegt Jezus, ook al worden er kerken gesloten.

De profeet Jeremia droeg dat ook al uit, ook al maakte hij daar geen vrienden mee. Dat kan ons ook gebeuren.  We kunnen proberen om net als Jeremia onze nood te klagen bij God, hopende de kracht te vinden om te zeggen: ik ben niet bang, ik leg mijn zaak in Uw handen. En te leren geloven in de woorden van Jezus: dat God niets ontgaat en dat wij waardevol zijn.