Gedachten voor thuis 2 augustus
Saamhorigheid
Jesaja 55, 1-3; Romeinen 8, 35.37-39; Matteüs 14, 13-21.
In tijden van droogte gaan we water weer waarderen; zien we de onmisbaarheid ervan nog duidelijker in: voor onszelf, en voor alles wat groeit en bloeit. Wat water is voor planten is eucharistie voor ons geloofsleven. Daarom laten we kinderen hun 1e communie doen, maar het verplicht kinderen nog nauwelijks tot iets. Maar ouders wel …. Willen ze hun kind leren leven in gemeenschap met Jezus, dan zullen ze hen moeten leren delen.
Het ventje uit het evangelie had het blijkbaar thuis geleerd. Hij had 5 broodjes en 2 visjes. Jezus nam die paar broodjes, dankte God, en zei dat ze moesten gaan delen. En toen bleek duidelijker dan ooit dat op delen Gods zegen rust. Ze konden het brood, ze konden hun geluk niet op, er was meer dan voldoende. In de woordkeus van Matteüs klinkt in dit wonderlijke verhaal de laatste avond door, toen Jezus brood en beker deelde, en zei: Blijf zo aan Mij denken, en blijf doen als Ik. Deel je leven met elkaar, en vermenigvuldig het geluk.
De arme aardappeleters op het schilderij van Vincent van Gogh eten allemaal uit dezelfde schotel, gezeten aan dezelfde tafel. Bij alle donkere armoe spreekt uit dat tafereel ook een grote saamhorigheid!