Gedachten voor thuis 16 augustus
Jesaja 56, 1.6-7; Romeinen 11, 13-15.29-32; Matteüs 15, 21-28.
We kennen Jezus als Iemand die overal een antwoord op heeft. Toch blijkt uit het evangelie dat Hij ook groei doormaakte. We horen Hem vandaag zelf zeggen: “Ik ben alleen maar tot de verloren schapen van het huis van Israël gezonden." Maar nu Hij zich begeeft in de streek van Tyrus en Sidon, een heidens gebied buiten de Joodse grenzen, bemerkt Hij dat daar óók mensen wonen die in Hem geloven.
De profeet Jesaja verkondigt dit al ver voor de komst van Jezus, want hij zegt in de eerste lezing: als die vreemdelingen God dienen, zijn Naam met liefde vereren, de sabbat onderhouden en trouw blijven aan zijn Verbond zal Hij hen vreugde schenken in zijn huis van gebed. “…. Gods huis zal worden genoemd: een huis van gebed voor àlle volken!" Jezus komt tot besef dat zij ook bij Gods volk horen.
Wat extra opvalt is dat Jezus over die vreemdelingen in eerste instantie spreekt als ‘honden’ en dat die vrouw daar geen aanstoot lijkt te nemen. Haar vertrouwen in Jezus is zó groot dat ze blijft aandringen om hulp voor haar dochter en Jezus met wijze woorden terechtwijst: ‘de honden hebben aan kruimels al genoeg!’ Dat overtuigt zelfs Jezus ….