Gedachten voor thuis 10 mei
6e zondag van Pasen
Handelingen 8, 5-8.14-17; 1 Petrus 3, 15-18; Johannes 14,15-21.
Uit het evangelie weten we dat de kring rondom Jezus erg naar Hem opkeek. Ze zagen Hem als een soort idool, en ze rekenden helemaal op Hem. Maar wie volwassen wil worden, zal op eigen benen moeten staan. Pas wanneer ouders zich terugtrekken, zie je dat hun zoon of dochter de eigen vleugels kan uitslaan. In die zin zegt Jezus tegen de kleingelovigen die Hem omringen: ’’Het is goed voor u dat Ik heenga.’’ Zo kunnen ze volwassen gelovigen worden die zelf hun vleugels uitslaan. En wanneer mensen, gelovigen, eenmaal op eigen benen staan, blijken er in hen krachten te wonen die ze zelf niet kenden voordien.
Net als die eerste leerlingen vragen wij ons misschien weleens af: hoe moet het straks verder wanneer onze generatie van gelovigen en bij de kerk betrokken mensen er niet meer zijn. Er is ontegenzeggelijk veel achteruitgang, en toch zal er toekomst zijn voor geloof en kerk, als wij de kern maar doorgeven. Pas wanneer de mensen van morgen de ruimte krijgen die wij nu nog innemen, misschien gaat er dan pas iets nieuws groeien. Want ook in hen woont de Heilige Geest, ook in hen wonen krachten die wij en zij niet vermoeden. Intussen moeten wij met elkaar niet teveel treuren over wat voorbij is, niet teveel zorgen hebben over wat komen zal, maar gewoon trouw aan elkaar samen-kerk-zijn.