1e Lezing; Jona 3, 1-5.10. β€˜De Ninivieten bekeerden zich van hun slecht gedrag.’

Zware woorden van Jona: alles zal met de grond gelijk gemaakt worden. Je kan er ook anders naar kijken; andere nieuwe wegen inslaan, nieuwe stappen zetten, samen kerk zijn.

De eerste apostelen doen dat: Simon en Andreas, Johannes en Jakobus. Ze laten hun boten en netten, hun kostwinning in de steek. Ze geven hun oude bestaan op, en gaan voortaan met Jezus in zee; vissers van mensen maakt Hij van hen.

Niet alleen zij, wij allemaal worden door Jezus voortdurend geroepen, uitgedaagd los te laten wat ons dierbaar is, en nieuwe wegen in te slaan. Christenen mogen zuinig zijn op het goede uit het verleden, maar moeten vooral mensen zijn die vertrouwen hebben in, en werken aan de toekomst. En om te werken aan een mooiere toekomst moet je met Jezus in zee willen gaan.

Dat is: mensenvisser worden. En dat betekent: mensen niet uit elkaar jagen, tegen elkaar opzetten, maar verzamelen, bijeenbrengen en bijeenhouden, zoals vissers vissen verzamelen en al die verschillende soorten bijeenhouden in hun net.

Samen kerk zijn.